Angst, paniek of burn-out: wat je zenuwstelsel je probeert te vertellen
Sinds mijn opleiding in zenuwstelselregulatie, kijk ik anders naar diagnoses.
Niet omdat angst- en paniekstoornissen, burn-out en depressie niet bestaan. Dat doen ze wel. Maar ik zie ook hoe snel iemand daar soms naartoe wordt meegenomen in ons zorgsysteem. Voordat er echt goed is uitgelegd en hulp geboden is bij wat er in het lichaam gebeurt.
Wat een 'staat van dysregulatie' precies is
Ons zenuwstelsel kent een paar overlevingsmechanismen, die we 'staten' noemen. En veel van wat we als klacht of diagnose benoemen, is ook te herleiden naar één van die staten van dysregulatie — je systeem is dan in een overlevingsstand, omdat het denkt dat het in gevaar is, terecht of onterecht.
Nu is die dysregulatie geen probleem op zich. Een gezond zenuwstelsel heeft toegang tot alle overlevingsstaten en komt daar ook regelmatig in terecht, maar het beweegt redelijk makkelijk weer terug naar regulatie.
Maar soms komen we vast te zitten in een staat. En dan wordt het ingewikkelder, en voelen we ons slechter.
De staten, en waar ze bij horen
Paniek hoort bij een zeer hoge activatie in de sympathische staat — je vecht-of-vlucht reactie. Hartslag omhoog, ademhaling hoog en snel, veel hitte en energie in het lichaam, en het gevoel dat je nú iets moet doen.
Angst zit vaak in diezelfde staat, maar is net wat lager in activatie dan paniek. Dit kan wel verder opbouwen als je niet tijdig reguleert, en dan wordt het uiteindelijk alsnog paniek.
Depressieve of burn-out achtige gevoelens horen vaak bij de dorsale staat — shut-down. Alles voelt zwaar, mistig, en er zijn gedachten zoals "wat maakt het allemaal nog uit." Geen energie, geen zin meer, het lichaam kan verdoofd voelen.
In het zorgsysteem wordt dan gedacht aan: je bent depressief, of je hebt een burn-out.
Vanuit zenuwstelselregulatie zeggen we eerst: dit is mogelijk je systeem dat een noodrem trekt en energie moet conserveren, na te lang te veel activatie zoals fight or flight. Of omdat het systeem niet de capaciteit heeft om met bepaalde triggers om te gaan — dit kan ook als gevolg van trauma zo zijn.
Ook gedrag is vaak overleving
Ook gedrag waar mensen soms een label voor krijgen, zoals eetproblemen, overmatig shoppen of middelengebruik, is naar overleving te herleiden.
Vanuit zenuwstelselregulatie is het gedrag zelf niet het probleem dat verholpen moet worden, maar een uiting van een systeem dat op dat moment probeert te overleven — alleen op een niet-helpende manier.
Een voorbeeld uit mijn coachpraktijk
Er kwam een vrouw bij me met paniekaanvallen en angst. Zij was ook bij een psycholoog begonnen, had recent de diagnose angststoornis gekregen en zou starten met behandeling. Die behandeling ging parallel lopen aan coaching.
Omdat ze benieuwd was, legde ik haar in sessie 1 uit hoe het zenuwstelsel werkt en waar angst leeft. We gingen samen oefenen met reguleren.
Na vier sessies ging het zo goed met haar dat we zijn gestopt met coaching. Ze voelde soms zeker nog wel angst, maar het liep nooit meer zo hoog op en ze kon zichzelf goed reguleren. Dus gewoon, zoals andere mensen dit ook ervaren.
Haar psycholoog liet in het tweede gesprek weten dat zij niet meer aan de criteria van de stoornis voldeed, en zag geen reden meer om te behandelen.
Een patroon dat ik vaker zie
Ik zie een vergelijkbaar patroon bij vrouwen die zichzelf tegenover mij als depressief of opgebrand omschrijven.
Wat ik dan vaak zie, is een zenuwstelsel dat na te lange tijd in fight-or-flight is uitgeweken naar die dorsale, shut-down staat. Ze gaan een tijd lang heen en weer tussen die twee uitersten. Van fight or flight, naar uitputting, dan weer fight or flight omdat ze in actie moeten komen, om te werken of iets anders doen. Zonder ooit de ervaring van gereguleerd te zijn.
En zodra we daar aan gaan werken, ervaren ze soms ineens geen depressieve of burn-out achtige klachten meer.
Waarom ik dit deel
Ik zeg dit niet om diagnoses weg te redeneren. Maar ik denk wel dat het onderzoeken waard is wat er in je zenuwstelsel gebeurt en hiermee leert werken, vóórdat er een label en psychologische behandeling bij wordt gezocht.
Soms is dat namelijk al genoeg om het op te lossen.

